Home

Welkom op de site van VOCM

Wie zijn wij?

De VOCM is een belangenvereniging van Maastrichtse coffeeshops die sinds 1999 probeert zin en onzin over coffeeshops en cannabis aan burgers, gemeente en overheid te verduidelijken.
Dit om tot een realistischer cannabisbeleid te komen met minder ongewenste bijverschijnselen en betere erkenning van de volksgezondheidsaspecten.
In 1993 waren er in Maastricht 31 koffieshops, dit aantal is in 2006 terug gebracht tot 16.
Het aantal gedoogde koffieshops is dus bijna gehalveerd. Wat iedereen kan zien, is dat met het terugbrengen van het aantal koffieshops zowel de illegale straathandel als de drugshandel in de woonwijken sterk is toegenomen.

Niet alleen vanuit het oogpunt van de openbare orde, maar ook vanuit het oogpunt van de volksgezondheid is hierbij sprake van een kwalijke ontwikkeling.
Niet gedoogde illegale (straat)handel leidt niet alleen tot overlast, maar verhoogt ook het risico van vermenging van de drugsmarkten.

Gevolg

De cannabisconsument loopt dan het risico te worden geconfronteerd met harddrugs.
De stijging van de niet gedoogde handel in softdrugs kan niet worden toegeschreven aan een stijging van het gebruik van cannabis.
Uit recent onderzoek van het toonaangevende Trimbos instituut blijkt namelijk dat het aantal blowers zelfs licht is gedaald.
In de media wordt de laatste tijd steeds meer aandacht gevraagd voor de mogelijke relatie tussen het gebruik van cannabis en het ontstaan van psychoses.
De regering heeft aangegeven dat dit onderwerp gedegen wetenschappelijk onderzoek vergt, maar dat voorlopig nog geen reden bestaat voor beleidswijzigingen.
De VOCM ondersteunt deze aanpak.

Dit betekent overigens niet dat wij ontkennen dat op het gebied van de geestelijke gezondheid zich probleemgevallen voordoen.
Wij wijzen er wel op dat het in deze gevallen meestal blijkt te gaan om een reeds aanwezige aanleg voor gedragsstoornissen.
Mensen met een dergelijke aanleg kunnen onder bepaalde omstandigheden door het gebruik van een genotsmiddel zoals bijv. alcohol en/of cannabis in geestelijke nood geraken.
Cijfers van het LADIS bulletin tonen overigens aan dat van de 420.000 verondersteldecannabis consumenten er 0,8 % met solocannabis problemen bij de hulpverlening aankloppen. Volgens de landelijke cannabisbonden bedraagt het aantal regelmatige consumenten van cannabis minstens 600.000 hetgeen de hulpvraag omlaag brengt naar 0,5 %. Dit is in onze ogen zeker niet verontrustend hoog.

De stijging van de hulpvraag valt mede te verklaren door de samenwerking van de koffieshops met hulpverleningsinstanties.
Van deze bijzondere samenwerking gaat een drempelverlagende werking uit, waardoor de cliƫnt makkelijker zijn weg naar de hulpverlening vindt.
Een andere mogelijke verklaring voor de toename van hulpvragen is dat de niet gedoogde drugshandel fors is gestegen en consumenten (bv. jeugd tot 18 jaar) in dit circuit niet worden voorgelicht en drugsmarkten zich vermengen, waardoor gezondheidsproblemen toenemen.