Economische effect coffeeshops in Maastricht

Economische effect coffeeshops in Maastricht (1 februari 2001)
DE ECONOMISCHE EFFECTEN VAN COFFEESHOPS VOOR MAASTRICHT

Maurice Oude Wansink

Uitgevoerd door:
drs.Maurice Oude Wansink (OWP Research)

Naar aanleiding van een vraag van:
Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht

Wetenschapswinkel
Universiteit Maastricht
Postbus 616
6200 MD Maastricht

tel. 043-3883120
fax. 043-3257428
emailadres: wetenschapswinkel@sz.unimaas.nl
homepage: www.ssc.unimaas.nl/wetenschapswinkel/index.htm

 

INHOUDSOPGAVE

Voorwoord 3

Samenvatting 5
1. Inleiding 7

2. Opzet van het onderzoek 9

3. Beschrijving van de gegevens 13
3.1 De coffeeshops 13
3.2 De bezoekers 15

4. De economische effecten 25
4.1 De coffeeshops 25
4.2 De bezoekers 27
4.3 Het totale beeld 30

Referenties 33

Eindnoten 35
Bijlage 1: De vragenlijst 37
Voorwoord

In december 2000 werd de Wetenschapswinkel Universiteit Maastricht Benaderd door de Vereniging Offiele Coffeeshops in Maastricht (VOCM).
Vna de 19 officiele coffeeshops die Maastricht telt, zijn er 18 aangesloten bij deze belangenvereniging. Op dat moment was zojuist de voorlopige evaluatie van het coffeeshopbeleid in Maastricht gepresenteerd (Evaluatie Coffeeshopbeleid, Gemeente Maastricht, 2000, concept/blauwe fase). In deze voorlopige evaluatie van het gemeentelijk coffeeshopbeleid in Maastricht, wordt kenbaar gemaakt dat niet is onderzocht in hoeverre Maastrichtse coffeeshops en hun bezoekers economisch voordeel opleveren voor de stad.
Om deze reden benaderde de VOCM de wetenschapswinkel met het verzoek te onderzoeken hoe groot het economisch belang is van de officiele coffeeshops in Maastricht. Hierbij werd niet alleen gedacht aan het directe economische belang voor de coffeeshopszelf, maar ook aan de economische effecten voor de rest van Maastricht (bijvoorbeeld horreca en winkels, etc).

Over het te volgen gemeentelijke coffeeshopbeleid lopen in politiek Maastricht de meningen sterk uiteen: van sluiting van de bestaande coffeeshops (“zero-tolerance”) tot het volgen van een uitsterfbeleid, waarbijde vergunning van de huidige coffeeshops niet overdraagbaar zijn aan een ander die de coffeeshop wil voortzetten, tot de mogelijke uitbreiding van het aantal shops, indien mocht blijken dat dit de overlast voor de burgers zal verminderen.

Al eerder voerde de wetenschapswinkel een onderzoek uit naar de situatie rond cannabis in Maastricht. Daarin werd al aangegeven dat de gedachte dat beperking van het aantal coffeeshops in de stad Maastricht de overlast voor omwonenden kan beperken, veel te simplistisch is. De vraag van de gebruikers neemt immers niet of nauwelijks af wanneer er minder coffeeshops zijn en bovendien neemt de toeloop naar de overgeblevenen shops (ook de illigale verkooppunten in de stad, inclusief straathandel) toe. Hierdoor kan de overlast zelfs toenemen. Bovendien-zo bleek uit studies die Polyground verrichte naar onder meer de overlast rond coffeeshops in enkele grote steden in Nederland /valt het met de vermeende overlast rond coffeeshops reuze mee. Zo ook in Maastricht. Uit het rapport `kwaliteitsaanpak Grote Gracht/Brusselsestraat startfase± onderzoek` blijkt dat de overlast met name afkomstig is van kroegen en studenten, of dat er sprake is van een vaak subjectief onveiligheidsgevoel.

De huidige discussie over het aantal coffeeshops in Maastricht dreigt dan ook voorbij te gaan aan de kern van de zaak: hoe als samenleving (stad Maastricht ) om te gaan met de behoefte van velen- met name de jeugdigen- om op hoofdzakelijk recreatieve wijze drugs te gebruiken. In de eerste plaats gaat het dan natuurlijk om alcohol op ruime afstand gevolgd door cannabis.

De voor U liggende studie, die Maurice Oude Wansink op verzoek van de wetenschapswinkel uitvoerde, toont inderdaad aan dat de vraag naar cannabis in Maastricht zeer substantieel is. Ruim 1,1 miljoen klanten bezoeken per jaar de Maastrichtse coffeeshops. Hiervan komt ongeveer 70% uit het buitenland. Maar liefst 2/3 deel hiervan komt speciaal naar Maastricht om een coffeeshop te bezoeken. Het overige deel (ruim 30%) bezoekt Maastricht om andere redenen, maar brengt ook een bezoek aan de coffeeshop. Het op termijn sluiten van de officielle coffeeshops in Maastricht zal ongestwijfeld leiden tot een daling van deze vraag in Maastricht en een verplaatsing van de vraag naar omliggende gemeenten. Over de omvang van deze daling valt echter te discussieren. Zeker gezien het feit dat er ook in Maastricht sprake is van een substantieel illigaal circuit om aan de huidige vraag te kunnen voldoen. Sluiting van de officiele coffeeshops zal een belangrijk deel van de vraag verplaatsen naaar illigale verkooppunten.

De wezenlijke vraag is dan ook of verdergaande decriminalisering van gebruik, distributie en productie van cannabis niet te prefereren valt boven verdergaande criminalisering. Uiteraard een politieke vraagstelling. Maar indien mocht blijken dat het antwoord op deze vraagstelling bevestigend is, dan opent dit de weg voor betere voorlichting aan de jeugd over drugsgebruik, betere mogelijkheden voor preventie van probleemgebruik en beter mogelijkheden voor controle en beheersing van eventuele overlast.
De coffeeshophouder – die bovenstaande zaken vaak ook als probleem ervaart – zou een actievere rol moeten krijgen bij de bestrijding van deze problemen door samenwerking met de verslavingszorg om probleemgebruik aan te pakken en voorlichting te verzorgen in de coffeeeshops, samenwerking met de wijkagent om overlast voor de buurt te beperken, overleg met scholen, etc.

Maurice Evers

Wetenschapswinkel Universiteit Maastricht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *