Brief LOC aan Fracties

Aan de fractievoorzitters van de coalitiepartijen van CDA, PvdA en ChristenUnie

Geachte fractievoorzitters,

Met belangstelling heeft het LOC, het landelijk overlegorgaan coffeeshops bestaande uit de coffeeshopbonden ABC (Breda), Achterdeur (Tilburg), BCD (Amsterdam, en landelijk), PCN (landelijk), VOCM (Maastricht) en VRCO (Rotterdam), kennis genomen van het onlangs tussen de Tweede-Kamerfracties van CDA, PvdA en Christen Unie overeengekomen coalitieakkoord voor de komende regeerperiode, in het bijzonder voor wat betreft de passages daarin over de drugsproblematiek.
Er blijven voor ons echter een aantal onduidelijkheden, daarnaast hebben wij de indruk dat sommige zaken uit ons gedoogbeleid nog enige toelichting behoeven.
Ten einde te komen tot een voor alle partijen bevredigende oplossing van de voorziene problemen vragen wij uw aandacht voor het volgende.

Betreffende de nabijheid van coffeeshops bij scholen:
Het idee dat de aanwezigheid van een coffeeshop het gebruik onder minderjarigen stimuleert, is onjuist. Allereerst is het aantal minderjarige gebruikers in Nederland lager dan in andere landen . Ondanks het feit dat cannabis verkrijgbaar is in coffeeshops, is zowel het aantal actuele consumenten als de ‘ooitgebruikers’ in Nederland niet exorbitant hoog. Ter vergelijking: in Frankrijk, Spanje, de Verenigde Staten en Australië heeft respectievelijk 8, 10,11 en 13% van de bevolking het laatste jaar cannabis gebruikt; in Nederland is dit 6%. Dit betekent dat de verkrijgbaarheid van cannabis via coffeeshops niet bepalend is voor de omvang van het gebruik. De veronderstelling dat de aanwezigheid van coffeeshops de vraag creëert komt hiermee op drijfzand te staan.

Ten tweede is het gebruik onder minderjarigen in gemeenten zonder coffeeshops even hoog als in gemeenten mét coffeeshops. Een afstandscriterium ten opzichte van scholen of andere jeugdinstellingen is daarom overbodig . Bovendien mogen coffeeshops geen minderjarigen toelaten op straffe van (tijdelijke) sluiting.
Niemand wordt beter van symboolregelgeving. Ons motto zou zijn eerst onderzoeken, dan conclusies trekken en vervolgens regelen.

Er wordt op geen enkel moment in het akkoord de term verplaatsing gebruikt, alleen maar sluiting. Dus een verkapte manier om tot een stevige vermindering van het aantal coffeeshops in Nederland te komen ? Maar u weet toch zelf ook wel dat waar gedoogde verkooppunten gaan verdwijnen, er vast en zeker illegale verkooppunten zullen verschijnen.
Met ongewenste neveneffecten voor openbare orde handhaving en geen scheiding tussen hard en softdrugs als gevolg. Dus verplaatsing en/of spreiding van coffeeshops, maar zeker geen sluiting: wij weten allen vanuit onze jarenlange ervaring dat aanscherping van het coffeeshopbeleid en de handhaving vaker meer problemen veroorzaakt dan oplost.
( Ter vergelijking: ooit-gebruik onder 15-16 jarigen in Nederland is in 2003 28%; in Frankrijk is dat 38% en in de Verenigde Staten is dat 36% (NDM, 2006, p.44).IVO, 2006. )

Overigens heeft u met het coalitieakkoord een poging gedaan om de “droge” (geen alcohol) coffeeshop neer te zetten als een gevaar voor de jeugd in de samenleving. Maar iedereen weet waar het échte gevaar schuilt voor de jeugd. Meer dan 99 % van de cannabisconsumenten ervaart géén problematisch gebruik, maar 13 % van alle alcoholconsumenten dus duidelijk wél. Het is wel erg duidelijk waar de problemen liggen, maar alcohol is volledig ingeburgerd…. En ook het sterk toenemend overgewicht onder jeugdigen speelt een steeds grotere rol bij gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Gaat u nu ook snackbars, supermarkten, cafés en andere “natte” (alcohol schenkende) horeca sluiten in de nabijheid van scholen ? Wij zouden het interessant vinden om uw mening hierover te vernemen.
Een recent onderzoek heeft uitgewezen dat de Nederlandse jeugd tot de gelukkigste ter wereld behoort. Dat zegt toch ook wel iets, nietwaar ?!

Betreffende het weigeren van experimenten:
De cannabis die in coffeeshops te koop is, wordt grotendeels in Nederland geproduceerd.
Kwaliteitscontrole bij de wietteelt behoort hierdoor niet alleen tot de mogelijkheden, maar is vanuit het oogpunt van de volksgezondheid noodzakelijk. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan het kunnen stellen van kwaliteitseisen en het geven van productinformatie aan de consument.
De roep om experimenten voor regulering van de achterdeur wordt steeds luider, ook vanuit de zijde van de beleidsmakers. Zo stelt het “Manifest van Maastricht” van december 2005, ook wel het plan Leers genoemd, voor om middels een of meerdere experimentlocaties te gaan beginnen met het opzetten van gecontroleerde hennepteelt.

Het is de hoogste tijd voor zulke experimenten, eens te meer omdat hiermee een deel van de overlast en illegale teelt in achterstandswijken kan worden weggenomen.
Minder inzet op handhaving door instanties zal hiervan het gevolg zijn, sterker nog: de staatskas kan worden gespekt met tientallen miljoenen euro’s winstbelasting die kwekers momenteel niet kunnen betalen, zonder dat dit wordt doorgemeld aan justitie. Maar ook het normaal kunnen betalen van de elektriciteitskosten door de kweker, zonder dat dit door de energieleverancier gemeld dient te worden aan justitie, kan hiermee worden gerealiseerd.

Steeds vaker wordt het belang van de volksgezondheid overschaduwd door het justitieel belang, hetgeen niet de bedoeling is van de Opiumwetgever. De teelt van wiet wordt hard aangepakt. Dit heeft geleid tot een (forse) daling van het aantal kwekers. We zien hierdoor dat de vraag naar nederwiet groter is dan het aanbod, met alle vervelende gevolgen van dien.
Uiteraard is illegale teelt in woonwijken een ongewenst nevenverschijnsel, maar zo lang er niets fatsoenlijks geregeld wordt door de regering zal het verschijnsel omvangrijk blijven.
Vandaar dat naar onze mening het van groot belang is om de hele keten (dus van achterdeur tot voordeur) te reguleren en te controleren zoals dit ook ooit voor alcoholproductie en verkoop is ingesteld (zie drank- en horecawet).
We kunnen er met z’n allen als consument, regionale en landelijke overheid en de cannabisbranche alleen maar op vooruit gaan, dus waarom wachten we eigenlijk zo lang ?!
Graag hierover uw visie.
Verdere stappen voor regulering worden altijd van de hand gedaan, omdat dit niet mogelijk zou zijn vanwege de internationale verdragen die Nederland heeft ondertekend. Deze verdragen zijn echter gebaseerd op achterhaalde wetenschappelijke kennis. Nederland zou daarom in Europees en internationaal verband meer moeten aandringen op een evaluatie van die verdragen die gebaseerd is op actuele wetenschappelijke kennis. Een uitstekende gelegenheid hiervoor is de evaluatie van het Europese drugsbeleid in 2008 te Wenen, zeker nu we zien dat steeds meer Europese landen ons beleid volgen: decriminalisering van cannabisconsument en het toestaan van kleine hoeveelheden voor consumptie.
Welke stelling gaat Nederland daar innemen omtrent ons softdrugsbeleid ? Wij zouden er belang aan hechten als ons beleid met verve geprezen wordt door de Nederlandse vertegenwoordigers aldaar: de cijfers spreken immers voor zichzelf. Gaarne uw visie hierover.

Tijdens de hoorzitting achterdeur problematiek van de vaste kamercommissie van justitie op 9 februari 2006 heeft mr. Raimond Dufour, voorzitter van de Stichting Drugsbeleid, uiteengezet dat binnen de internationale drugsverdragen een regulering van de achterdeur wel degelijk mogelijk is op grond van de artikelen 22 en 28 van het E.V. of door uitbreiding van het opportuniteitsbeginsel. Bij deze hearing werd deze opvatting door een van de van regeringszijde aangevoerde deskundigen bestreden, maar de andere deskundige van regeringszijde erkende dat Dufour hier een sterk argument had. Zijn conclusie was dat het daarom een politieke en niet een juridische kwestie was. Bovendien zijn er geen reële sancties te verwachten of regulering nu wel of niet mag volgens de verdragen

Betreffende het tegengaan van coffeeshops in de grensstreek:
Het is voor ons moeilijk in te schatten wat u hiermee precies bedoeld, of wenst te bereiken.
Allereerst is de betekenis van een coffeeshop in het midden van het land dezelfde als van een coffeeshop in de grensstreek. Dus met een grote sociale en economische functie voor het gebied waarin de onderneming gevestigd is. Verder dient het gedoogbeleid een dubbel doel: decriminalisering van de cannabisconsument en beperking ongewenste neveneffecten, ook in de grensstreek. Laat de regio dus zelf beslissen of er in overleg met de branche winst te behalen is door spreiding of deconcentratie. Leg als overheid geen onnodige extra belemmeringen op: zij werken verlammend op de samenwerking tussen partijen.
Zo is het ook bedoeld volgens de cannabisbrief uit 2004, die stelt dat de oplossing voor coffeeshopproblematiek maatwerk in de regio moet zijn.

Geen experimenten met het gedoogbeleid, zoals geuit in het coalitieakkoord, betekent overigens dan ook dat er geen ruimte is voor de zogenoemde pilot Donner: een experiment om duidelijkheid te verschaffen over de juridische haalbaarheid om niet ingezetenen (lees buitenlanders) te weren uit de Nederlandse coffeeshops. Dit loopt sinds maart 2006.
Behalve discriminerend is het ook een experiment waar niemand op zit te wachten, behalve uiteraard het illegale circuit: zij spinnen garen bij dit soort initiatieven.

Betreffende het stoppen met gedogen:
Ook de cannabisbranche zou het toejuichen indien u stopt met de gedoogpraktijk en wettelijke regels gaat instellen voor de productie, verkoop en consumptie van cannabisproducten, net zoals dat ook is gebeurd met de drank- en horecawet.
Wij nemen aan dat alle betrokken partijen hier dezelfde mening zijn toegedaan.

Stoppen met gedogen, en vervolgens daar niets voor in de plaats stellen betekent dat Nederland vaarwel zou zeggen tegen een bewezen succesvol scheidingsbeleid tussen drugs met een acceptabel risico voor de volksgezondheid (softdrugs), en drugs met een onacceptabel risico (harddrugs). En dat zou, gelet op de Nederlandse resultaten in verhouding tot andere landen, pas écht leiden tot een stevige stijging van gemengd drugsgebruik.

Het Nederlands softdrugsbeleid werkt, en daar mogen we met z’n allen best wel eens wat méér trots op zijn !!

Het valt de branche dan ook op dat de huidige discussies over gedoogbeleid en regulering van de achterdeur telkens verzanden in een aantal onbewezen wetenschappelijke stokpaardjes zoals: gevolgen van een hoger THC gehalte en ligging van coffeeshops in de buurt van scholen. Begrijpelijk, de beeldvorming over coffeeshops en cannabis is voor een belangrijk deel gebaseerd op berichtgeving in de media. Vanwege de onduidelijke status – voortkomend uit de gedoogsituatie – leent dit thema zich uitermate goed voor allerlei misvattingen en (vaak ongenuanceerde) sensatieverhalen. Dit effect is bijvoorbeeld waarneembaar bij de presentatie van nieuwe onderzoeksresultaten. Voor u als bestuurder is het daarom belangrijk om niet te generaliseren, en u vooral heel goed te laten informeren.
Uiteraard zijn wij altijd gaarne bereid tot het verstrekken van nadere informatie.

Wij treden graag met u in overleg teneinde onze vragen beantwoord te krijgen.

Inmiddels verblijven wij, met de meeste hoogachting,

Landelijk Overlegorgaan Coffeeshops

Platform Cannabis Ondernemingen Nederland W. Panders
Bond van Cannabis Detaillisten M. Jacobsen
Actieve Bredase Coffeeshopondernemers M. van der Wal
Vereniging Rotterdamse Coffeeshop Ondernemers M. Bruin
Vereniging De Achterdeur Tilburg W. Vugs
Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht M. Josemans

Informatie en/of reacties: info@loc.opweb.nl

P.S. Ter informatie zal een kopie van deze brief ook aan fractievoorzitters van de overige
partijen worden verstuurd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *