Brief aan Minister Klink

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De heer A. Klink Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
Onderwerp: rookverbod en coffeeshops
Geachte minister Klink,
Uit ons laatste overleg tussen ambtenaren van VWS, Justitie, BZK en het LOC, het landelijk overlegorgaan coffeeshops bestaande uit de coffeeshopbonden ABC (Breda), Achterdeur (Tilburg), BCD (Amsterdam, en landelijk), PCN (landelijk), VOCM (Maastricht) en VRCO (Rotterdam), kwam duidelijk naar voren dat bij de invoering van de tabakswet de implicaties voor de cannabisconsument en de branche over het hoofd zijn gezien. Ter vergadering werd dit ook volmondig erkend van de zijde van uw departement.

Ten einde te komen tot een voor alle partijen bevredigende oplossing van de voorziene problemen vragen wij uw aandacht voor het volgende.

Het invoeren van een rookverbod in de horeca krijgt steeds duidelijker gestalte. De gedoogde verkooppunten van cannabisproducten, de zogeheten coffeeshops of koffieshops, worden tot de “droge” (zonder alcohol) horeca gerekend. De verkoop van cannabis staat in de coffeeshop centraal, terwijl de horeca activiteiten gewoonlijk slechts van bijkomende dienstverlenende aard zijn, desondanks worden coffeeshops niet aangemerkt als winkelbedrijven. De achterliggende gedachte hierbij is dat langs de weg van de horecavergunning eisen kunnen worden gesteld aan de persoon van de exploitant en zijn inrichting. De gemeentelijke overheid is immers niet bevoegd vergunning te verlenen voor de verkoop van cannabis.

De verkoop van cannabis vanuit coffeeshops wordt in het belang van de volksgezondheid en de openbare orde onder strikte voorwaarden gedoogd. Dit gedoogbeleid is niet gebaseerd op een gebrek aan handhavingcapaciteit, maar berust op een doelbewuste weging van belangen Dit beleid heeft decriminalisering van de consument als doel, en beoogd te voorkomen dat de drugsmarkten zich vermengen en dat de handel in cannabis de openbare orde verstoort.
Zo weten we inmiddels dat meer dan 99% van de cannabisconsumenten geen problematisch gebruik kent en zien we ook dat de aanwezigheid van coffeeshops niet leidt tot een toename van de vraag naar cannabis. We zien zelfs dat in Nederland het cannabisgebruik onder het internationaal gemiddelde ligt, specifiek bij jeugdigen dat met een gebruik van 20 % aanmerkelijk lager ligt dan in andere landen (Trimbos NDM 2006).
Daarnaast behoren coffeeshops tot de strengst gecontroleerde ondernemingen in Nederland.

Is het wenselijk dat door de tabakswet en het daarbij behorende rookverbod de verworvenheden van het coffeeshopbeleid worden ondermijnd ?

De tabakswet verzet zich tegen het roken van tabak in een horecalokaliteit. De tabakswet ziet echter niet op het roken van pure cannabis. Dit betekent dat de bezoekers van de coffeeshop door invoering van de tabakswet in de shop nog wel pure cannabis zouden mogen roken, maar geen tabak! In Nederland wordt cannabis in 95 % van alle gevallen traditioneel gerookt in combinatie met tabak. De bezoekers die gewoontegetrouw cannabis in combinatie met tabak willen roken, zullen uitwijken naar andere plekken. Hierbij moeten we onder ogen zien dat steeds meer gemeenten overgaan tot het invoeren van een blowverbod op straat, in de horeca en andere voor publiek toegankelijke ruimtes. Dus krijgt de coffeeshop een nog grotere sociale functie voor het gebied waarin de onderneming gevestigd is. Nu is het reeds een van de weinige plekken waar waarachtig sprake is van integratie in onze samenleving.
Het openlijk blowen wordt kennelijk door velen als hinderlijk aangemerkt. Dit betekent dat het in het belang van de openbare orde is om de coffeeshop als “rookplaats” te gedogen, omdat het blowen elders wordt ontmoedigd. Waar anders kan een cannabisconsument nog terecht als hij/zij niet thuis wil roken wegens bijvoorbeeld de aanwezigheid van jeugdigen, en er elders ook reeds een blowverbod is… De coffeeshop is een ruimte voor rokers van cannabis. Er zijn in die zin geen raakvlakken met de reguliere horeca.

Door het toekomstig rookverbod degradeert de functie van de coffeeshop tot een soort afhaalcentrum. Hierdoor zullen wij niet meer optimaal kunnen voldoen aan het geven van voorlichting aan onze klanten (een uitgesproken wens van het kabinet), hetgeen een slechte maatschappelijke ontwikkeling zou zijn. Maar ook de klant heeft dan niet meer veel baat bij het kopen in de coffeeshop, en zal liever bij de goedkopere thuisadressen, namelijk geen zakelijke onkosten, zijn product halen met alle negatieve ongewenste bijverschijnselen van dien. En daarmee wordt de scheiding der drugsmarkten weer onderuit gehaald: het is ons gezamenlijk streven om dit nu nét te voorkomen !! En de extra overlast wordt gegarandeerd weer op het bord van de coffeeshopondernemer geschoven.
Daarnaast hebben een groot aantal gemeenten net de wens uitgesproken richting de coffeeshopondernemers om hun zaken niet tot een afhaalcentrum te laten verworden.

Zoals eerder gesteld werd ons medegedeeld dat wij in de besprekingen over deze wetgeving helaas over het hoofd waren gezien. Daarom vonden wij het vreemd om te moeten vaststellen dat er door de Tweede Kamerleden Kant en Schippers op 25 november 2003 een motie is ingebracht waarin de regering wordt verzocht om te komen met voorstellen voor een regeling waardoor roken in coffeeshops mogelijk blijft (Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 29 200 XVI, nr.61).

In de brief met het kenmerk POG/GB 2.442.281, geeft toenmalig minister H. Hoogervorst als reactie hierop aan dat hij de motie voorbarig vind omdat er immers nog steeds een uitzonderingspositie bestaat voor de horeca, dus ook voor de coffeeshops.

Desalniettemin blijkt uit de stemming vervolgens dat deze motie wordt aangenomen (Tweede Kamer Stemmingen 2 december 2003 TK 31 pag. 31-2176).

Onze vraag aan u is dan ook: zijn er inmiddels voorstellen vanuit regeringszijde waarbij de inzet is dat het roken van tabak in coffeeshops mogelijk blijft ?
Bent u bereid deze voorstellen op korte termijn met ons te bespreken om zodoende tot een voor alle betrokken partijen bevredigende oplossing van de voorziene problemen te kunnen komen ?

Natuurlijk nemen wij wel degelijk maatregelen om tabaksgebruik te ontmoedigen en de rook zo veel mogelijk te neutraliseren. Om tabaksgebruik te ontmoedigen hanteren we bijvoorbeeld de uitleen van zogenoemde “vaporizers” die het cannabisproduct verdampen zonder dat hier de schadelijke gevolgen van het roken van tabak aan vast zitten. Verder uiteraard de rook zo veel mogelijk neutraliseren door het plaatsen van rookreinigers en ventilatiesystemen van meer dan afdoende kwaliteit en vermogen. Het instellen van afgescheiden gedeelten voor tabakrokers kan in de meeste coffeeshops om ruimtetechnische en/of bouwtechnische redenen niet plaatsvinden. Grotere zaken hebben hier misschien wel mogelijkheden voor.

Wij vragen daarom nogmaals aan het ministerie van VWS om de door ons gevraagde uitzonderingspositie binnen de tabakswet toe te kennen, en ons een gedoogstatus toe te kennen die ons niet ontslaat van verplichtingen, maar die wel leidt tot het tegengaan van tegenstrijdig beleid door de overheid zelf. In een coffeeshop moet men kunnen blijven roken.
Vanwege diezelfde volksgezondheid- en handhavingaspecten waarvoor 31 jaar geleden ook het gedoogbeleid is ingevoerd.
Altijd gaarne bereid tot het verstrekken van nadere informatie,
met vriendelijke groet,

Hoogachtend,
Landelijk Overlegorgaan Coffeeshops

Platform Cannabis Detaillisten W. Panders
Bond Cannabis Detaillisten M. Jacobsen
Actieve Bredase Coffeeshopondernemers M. van der Wal
Vereniging Rotterdamse Cannabis Ondernemers M. Bruin
Vereniging De Achterdeur Tilburg W. Vugs
Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht M. Josemans

Informatie: info@loc.opweb.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *