Toespraak Nieuwspoort Manifest 30 jaar gedogen

Toespraak Manifest 30 jaar gedogen

Wat heeft 30 jaar cannabis gedoogbeleid ons tot nu toe gebracht ? Heeft de scheiding tussen drugs met een aanvaarbaar risico voor de volksgezondheid, de zogenoemde softdrugs, en drugs met een onaanvaardbaar risico, de zogenoemde harddrugs zijn vruchten afgeworpen ?
En is de doelstelling van de decriminalisering van cannabisconsumenten geslaagd ?
Gelet op de resultaten van diverse onderzoeken lijkt dit wel het geval te zijn.

Zo weten we inmiddels dat 99% van de cannabisconsumenten geen problematisch gebruik kent en zien we ook dat de aanwezigheid van coffeeshops niet leidt tot een toename van de vraag naar cannabis. We zien dat Nederland een laag aantal harddrugsverslaafden kent, alcohol niet meegeteld, en het aantal doden door harddrugsgebruik ligt in ons land het laagst van alle Europese landen, zo niet wereldwijd.
Coffeeshops zijn in maatschappelijk en fiscaalrechtelijk opzicht reguliere ondernemingen die een grote sociale functie hebben, het is bijvoorbeeld een van de weinige plekken waar waarachtig sprake is van integratie.
Maar ook de economische effecten van coffeeshops voor Nederland zijn niet gering: zij leveren tezamen duizenden banen op voor veelal laag opgeleiden, en zorgen voor een stevige bijdrage aan de staatskas door middel van tientallen miljoenen euro’s aan belastinggelden.

Is er dan reden voor een feestje naar aanleiding van 30 jaar gedogen in Nederland ?
Nou nee, dat nog niet. Er zijn namelijk een aantal ongewenste neveneffecten die zijn ontstaan door het inconsequente cannabisbeleid van de overheid.
Zo zijn er in iedere gemeente cannabisconsumenten, toch heeft maar 22% van de Nederlandse gemeenten een of meerdere coffeeshops .
Hierdoor ontstaat in de overige gemeenten zonder coffeeshops een illegaal netwerk van gemengde drugsverkooppunten waarmee de openbare orde en de volksgezondheid niet gediend worden. Terwijl dit toch belangrijke pijlers onder het gedoogbeleid zijn.

Een coffeeshop mag cannabisproducten verkopen met een maximum van 5 gram per persoon en mag ook maximaal 500 gram cannabis op voorraad hebben, maar het is verboden om deze producten in te kopen. Dit is natuurlijk een onwerkbare situatie voor de coffeeshopondernemer, die conflictsituaties in de hand werkt.

De cannabis die in coffeeshops te koop is, wordt grotendeels in Nederland geproduceerd.
Kwaliteitscontrole bij de wietteelt behoort hierdoor niet alleen tot de mogelijkheden, maar is vanuit het oogpunt van de volksgezondheid noodzakelijk. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan het kunnen stellen van kwaliteitseisen en het geven van productinformatie aan de consument.
De roep om experimenten voor regulering van de achterdeur wordt steeds luider, ook vanuit de zijde van de beleidsmakers. Het is de hoogste tijd voor zulke experimenten, eens te meer omdat hiermee een deel van de overlast en illegale teelt in achterstandswijken kan worden weggenomen.
Minder inzet op handhaving door instanties zal hiervan het gevolg zijn, sterker nog: de staatskas kan worden gespekt met tientallen miljoenen euro’s winstbelasting die kwekers momenteel niet kunnen betalen, zonder dat dit wordt doorgemeld aan justitie. Maar ook het normaal kunnen betalen van de elektriciteitskosten door de kweker, zonder dat dit door de energieleverancier gemeld dient te worden aan justitie, kan hiermee worden gerealiseerd.

Staatskwekerijen zijn als oplossing voor deze problematiek in onze ogen zeker geen optie omdat hiermee extra problemen worden gecreëerd in plaats van opgelost. Denk aan bevordering illegale circuit, logistieke problemen, etc..
De coffeeshopbranche kan op een uitstekende wijze goed gecontroleerde en geschikte kwekers op daarvoor bestemde locaties de eigen producten laten kweken.
Uiteraard volgens het principe dat hetgeen er aan de voordeur wordt verkocht, ook aan de achterdeur moet kunnen worden gekweekt.
Het Landelijk Overleg Coffeeshops (LOC), een overlegorgaan tussen de Nederlandse regionale coffeeshopbonden die dit manifest breed ondersteunen, ziet deze vorm van regulering ook als de meest reële oplossing voor de achterdeurproblematiek.

Het zijn deze argumenten die de opstellers van dit stuk er toe hebben gebracht om de tweede kamerleden Albayrak, Van Der Ham en Weekers uit te nodigen om het manifest in ontvangst te nemen. Niet vanwege hun politieke kleur, die is vandaag net zo belangrijk als de kleur van hun ogen, maar vanwege hun persoonlijke inzet om op korte termijn te kunnen komen tot een realistisch en werkbaar cannabisbeleid.
Deze kamerleden hebben reeds meerdere malen aangedrongen bij de Minister van Justitie op een mogelijkheid om ons gedoogbeleid te vervolmaken. Helaas tot nu toe zonder succes.

De belangrijkste ministers voor het huidige drugsbeleid, Dries van Agt (CDA, Justitie) en Irene Vorrink (PvdA, Volksgezondheid) waren beiden hartstochtelijk voorstander van decriminalisering van de cannabisconsument.
In 1976, onder het kabinet Den Uyl, werd de Opiumwet gewijzigd, met als voornaamste verandering een scheiding tussen softdrugs en harddrugs.
Legalisering, zoals Van Agt eigenlijk had gewild, bleek onmogelijk, gelet op de
relevante verdragen. “Dan maar in arren moede gedogen”, zei hij. “Al raspt
dat een ware minister van Justitie over de ziel.”
Nederland maakt gebruik van het opportuniteitsbeginsel, dat bepaalt dat justitie mag afzien van vervolging als dat in het algemeen belang is.
Een regulering van de kweek, ten behoeve van de achterdeur van coffeeshops, mogen we in het kader van datzelfde algemeen belang van onze toekomstige minister van Justitie hopelijk wél verwachten.

Martin Jelsma van het Transnational Institute heeft dit mooi verwoordt in zijn artikel: “Achterdeur open u”. Ik citeer: “Het kan niet zo zijn dat als de Kamer tot een weloverwogen oordeel komt dat om redenen van volksgezondheid en openbare orde een regulering van de achterdeur de beste opties biedt, dat dit niet in gang gezet kan worden vanwege verroeste artikelen uit verdragen van een halve eeuw geleden toen hier in Europa nog vrijwel niemand van cannabis gehoord had en THC zelfs nog niet ontdekt was.”

Wij vragen een goed gereguleerd transparant systeem voor cannabisverstrekking, waarbij het van belang is om de hele keten – dus van achterdeur tot voordeur – te reguleren en te controleren, zoals dit ook ooit voor alcoholproductie en verkoop is ingesteld. Denk hierbij aan de drank- en horecawet.
Alleen dan kunnen we ook hopen dat het buitenland ons beleid begrijpt en misschien over neemt, zodat we gezamenlijk komen tot een realistisch Europees cannabisbeleid.
Naar schatting dertig miljoen Europese cannabisconsumenten wachten hier al lange tijd op, niet alleen omdat cannabis na alcohol en tabak het meest gebruikte genotmiddel is, maar omdat deze consumenten ervaren dat het ook de minst schadelijke van deze drie is.

Premier Balkenende zei laatst dat de VOC mentaliteit zou moeten herleven.
Welnu, de VOC dreef voor een groot deel op de lucratieve handel in harddrugs, te weten opium, die door Nederlandse staatsbedrijven zelfs via de postkantoren werd gedistribueerd.
Zover willen de opstellers van dit manifest niet gaan, maar laten we hopen dat onze premier zich inderdaad volgens diezelfde mentaliteit gaat inzetten voor verregaande regulering van de cannabisteelt. Toch ?!

Nu zien we dat steeds vaker het belang van de volksgezondheid overschaduwd wordt door het justitieel belang, hetgeen niet de bedoeling is van de Opiumwetgever.
De teelt van wiet wordt hard aangepakt. Dit heeft geleid tot een forse daling van het aantal bonafide kwekers. We zien dat hierdoor de vraag naar nederwiet groter is dan het aanbod.
Koren op de molen voor criminele organisaties die nu hun kans schoon zien om een marktpositie in te nemen in de steeds lucratievere wietteelt, met dank aan het repressieve beleid van de overheid.

Dit heeft niet alleen geleid tot forse prijsstijgingen, maar ook tot het bewerken van nederwiet! Steeds vaker bewerken winstbeluste handelaren wiet met onbekende producten teneinde het gewicht van de wiet te verhogen. Het effect op de gezondheid van de consument bij het gebruik van deze vaak moeilijk op te sporen gewichtsverhogende producten is niet bekend.
De Tweede kamer kan de Gezondheidsraad verzoeken om een uitspraak te doen over de vraag of het belang van de volksgezondheid in Nederland niet noopt desnoods, een overigens discutabele, inbreuk te maken op de internationale verdragen.

Daarom roepen de opstellers van dit manifest de Politiek op om de gevolgen van 30 jaar gedogen breed te evalueren. Dit betekent dat niet alleen politieke en juridische gevolgen dienen te worden meegenomen in deze evaluatie, maar dat er ook aandacht is voor gezondheid, welzijn en voor ethische, sociaal-economische en praktische gevolgen.
Gelet op de diverse gebieden en werkterreinen waarop het gedogen van cannabis van invloed is, de politieke druk in binnen- en buitenland, en de vele misvattingen die rondom dit thema spelen dient een samenwerkingsverband van diverse onafhankelijke organisaties of instituten de evaluatie van 30 jaar gedogen uit te voeren.
De uitvoering van deze evaluatie dient bovendien begeleid te worden door een begeleidingscommissie waarin onafhankelijke deskundigen van diverse disciplines plaatsnemen.

Met deze evaluatie zullen we kunnen bekijken of het Nederlandse gedoogbeleid inderdaad zo succesvol is als dat het lijkt te zijn, en maken we de weg vrij voor de volgende logische stap om dit gedoogbeleid te perfectioneren, en tegelijkertijd de ongewenste neveneffecten tot een minimum te beperken.

De opstellers willen graag de Stichting Drugsbeleid bedanken vanwege haar actieve rol betreffende het meedenken over de inhoud van dit stuk.
Het manifest 30 jaar gedogen wordt aangeboden aan de Tweede Kamerleden Nebahat Albayrak, Boris Van Der Ham en Frans Weekers opdat zij zich met rechte rug verder kunnen inzetten voor deze belangrijke zaak !!

Marc Josemans, namens de mede opstellers Maalsté, Bruin en Motta.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *