Over VOCM

De VOCM bestaat sinds 1999.

Maastricht telt momenteel 16 officiële coffeeshops. Hiervan zijn 15 coffeeshophouders verenigd in de Vereniging van Officiële Coffeeshops Maastricht (VOCM). Tot de doelstellingen van de VOCM behoort het bevorderen van samenwerking met de overheid (gemeente), maatschappelijke organisaties op het gebied van volksgezondheid (GGD, Mondriaan Zorggroep) en politie / justitie
De VOCM is zich bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid die zij binnen de gemeente Maastricht heeft. Een verantwoordelijkheid niet alleen in de richting van bestuurders, maar ook in de richting van de burger. Om deze reden wil de VOCM graag opnieuw een open discussie voeren over een aantal onderwerpen binnen het Maastrichtse gedoogbeleid. De VOCM heeft een uitgesproken visie als het gaat om softdrugs en softdrugsbeleid en wijst associaties met harddrugs stellig van de hand. Aanvankelijk heeft de VOCM getracht om vanuit een integrale aanpak, in samenwerking met de Mondriaan Zorggroep, GGD Zuidelijk Zuid-Limburg en Stichting Trajekt, te komen tot een gezamenlijke discussienota. Laatstgenoemde instanties hebben echter gekozen voor een onafhankelijke opstelling maar hebben expliciet verklaard bereidwillig te zijn om op verzoek van de gemeente, en op korte termijn, hun visie weer te geven.

Doelstellingen VOCM

• Het namens de officiële Coffeeshophouders (vergunninghouders) behartigen van belangen binnen het raam en de reikwijdte van de zgn. AHOJG richtlijnen
• Het voeren en nastreven van overleg met overheidsinstanties (Gemeente), diverse maatschappelijke organisaties op het gebied van volksgezondheid, zorg en Justitie (Mondriaan, GGD, Politie), wijkraden, buurtraden, ouderorganisaties etc.
• Het geven van voorlichting aan belangstellenden en belanghebbenden m.b.t. sofdrugsgebruik en softdrugsbeleid (politieke partijen, ouders, leraren, buitenlandse delegaties etc.)
• Het inzichtelijk en transparant maken van het softdrugsbeleid op lokaal alsmede landelijk niveau
• Het nastreven en naleven van afspraken gericht op het beperken en terugdringen van overlast.
• Het nastreven van een pro-actieve houding ten aanzien van lokaal beleid.
Bijvoorbeeld overdraagbaarheid vergunning bij overlijden exploitant.
• Het leveren van inspanningen die een positieve bijdrage leveren aan het veiligheidsgevoel binnen de woonomgeving.
De VOCM neemt deel aan structureel overleg en zet eigen middelen in om aan de AHOJG richtlijnen invulling te geven:
• Het voeren van regelmatig overleg met maatschappelijke organisaties en lokale overheid. Hoewel er in Maastricht formeel nog geen convenant is opgesteld en getekend, bestaat dit in principe wel. Immers de VOCM, GGD, Mondriaan, gemeente en politie hebben regelmatig overleg over het te voeren beleid en de daarbij behorende preventie.
• Het voeren van regelmatig overleg met wijk- en buurtraden.
• Het opstellen, drukken en uitgeven van folders in vier talen met informatieve en preventieve teksten voor bezoekers.
• Het opstellen en zoveel mogelijk handhaven van gedragsregels (waarden en normen) voor bezoekers en met name buitenlandse bezoekers. Hierbij wordt worden gewezen op in Nederland geldende waarden en normen.
• Het scheppen van overlastbeperkende randvoorwaarden.
• Het in samenwerking met Mondriaan, GGD en politie organiseren van cursussen voor beheerders en medewerkers van de coffeeshops.
Objectieve bemiddeling door neutrale intermediair, zelf geen belanghebbende d.w.z. niet werkzaam in de cannabisbranche, dit werkt makkelijker bij bijvoorbeeld buurtraden die liever niet meteen met een coffeeshopeigenaar om de tafel willen zitten maar eerst met een neutraal iemand in contact willen komen.

Gevraagd naar hun ervaringen met het roken van een joint antwoordt menig bestuurder in navolging van een Amerikaanse president dat zij of hij wél heeft gerookt, maar zeker niet geïnhaleerd. Dit krampachtige antwoord op een normale vraag toont weer eens aan dat het cannabisproduct niet de waardering krijgt die het verdient.
En dat terwijl de plant de mens al duizenden jaren dient als medicijn en genotsmiddel. Het oudste cannabispijpje dat bekend is stamt uit de tijd van de Mesopotamiërs.
De medicinale werking van de plant zou niet bewezen zijn ?
Vraag het dan maar eens aan de patiënten die aan slapeloosheid, staar, M.S. of zelfs kanker lijden. Velen van hun vinden baat bij de wietplant.

Hoe komt het dan dat de plant nog steeds in een schemerig daglicht staat ?
Een van de redenen is onder andere dat de farmaceutische industrie aan slaap- en kalmeringsmiddelen enorme sommen geld verdient, en zij dus niet gebaat zijn bij de algehele acceptatie van een veel onschuldiger en goedkoper huismiddel.

Verder staat in de meeste landen ter wereld cannabisgebruik nog steeds gelijk aan harddrugsgebruik, hetgeen een algemene acceptatie en een aparte regelgeving zeker in de weg staat.
Desondanks is cannabis na tabak en alcohol het meest ingeburgerde genotsmiddel. Inmiddels alleen al in Europa door 40 miljoen (!!) mensen gebruikt.

Ter vergelijking: alcohol is door 88,7 % van de bevolking ooit gebruikt, waarvan 14 % weer gestopt is met gebruik.
Cannabis is door maar 17 % van de bevolking gebruikt, waarvan 83 % weer is gestopt (Dr. Dirk Korf Bonger Instituut 25 mei 2004 “optrekkende rookwolken”).

Maar als we kijken naar de problematiek van alcohol zien we dat er vrij laconiek wordt opgetreden tegen uitwassen.
In Nederland hebben we 9.700.0000 alcoholgebruikers waarvan 1.300.000 probleemdrinkers.
Bij cannabis daarentegen praten we over zo’n 3.200 solo-cannabis probleemgebruikers op een totaal aantal gebruikers van 420.000 waarbij de klachten meestal neerkomen op geestelijke afhankelijkheid (NDM – Trimbos april 2006).

Een economisch onderzoek dat verricht is door de Wetenschapswinkel van de Universiteit van Maastricht toont o.a. aan dat coffeeshops een stevige economische inbreng in de regio hebben en werkgelegenheid bieden aan 326 full time banen voor mensen die over het algemeen laag opgeleid zijn.
Daarnaast toont intern onderzoek uit 2005 aan dat 60 % van de coffeeshoptoeristen óók komen voor andere zaken die Maastricht biedt, zoals restaurants, cafés, winkelen, cultuur etc. De jaarlijkse besteding van niet-Maastrichtse cannabisconsumenten buiten de coffeeshops bedraagt in Maastricht ongeveer € 15.000.000,-. Er gaat dus een duidelijke positieve economische invloed uit van de aanwezigheid van de gedoogde coffeeshops.

In 1976 heeft de Opiumwetgever het gebruik van cannabis gedecriminaliseerd. Het opzettelijk aanwezig hebben en zelfs afleveren van niet meer dan 30 gram is een simpele overtreding en geen misdrijf. Nederland voert een gedoogbeleid, waardoor cannabis onder zeer strikte voorwaarden vanuit coffeeshops mogen worden verkocht.
In het belang van de volksgezondheid is een gedoogbeleid ingevoerd om de drugsmarkten te scheiden. Dit gedoogbeleid is succesvol gebleken. Cannabisconsumenten komen in gedoogde coffeeshops niet in aanraking met harddrugs.

De VOCM is ook vandaag de dag nog steeds van mening dat cannabisbeleid gebaseerd moet zijn op twee belangrijke pijlers:

 Bescherming van de cannabisconsument in het belang van de volksgezondheid.

 Voorkomen / beperken van overlast tengevolge van gebruik van, en handel in cannabis.
Maastricht telt momenteel 16 officiële coffeeshops. Hiervan zijn 15 coffeeshophouders verenigd in de Vereniging van Officiële Coffeeshops Maastricht (VOCM). Tot de doelstellingen van de VOCM behoort het bevorderen van samenwerking met de overheid (gemeente), maatschappelijke organisaties op het gebied van volksgezondheid (GGD, Mondriaan Zorggroep) en politie / justitie
De VOCM is zich bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid die zij binnen de gemeente Maastricht heeft. Een verantwoordelijkheid niet alleen in de richting van bestuurders, maar ook in de richting van de burger. Om deze reden wil de VOCM graag opnieuw een open discussie voeren over een aantal onderwerpen binnen het Maastrichtse gedoogbeleid. De VOCM heeft een uitgesproken visie als het gaat om softdrugs en softdrugsbeleid en wijst associaties met harddrugs stellig van de hand. Aanvankelijk heeft de VOCM getracht om vanuit een integrale aanpak, in samenwerking met de Mondriaan Zorggroep, GGD Zuidelijk Zuid-Limburg en Stichting Trajekt, te komen tot een gezamenlijke discussienota. Laatstgenoemde instanties hebben echter gekozen voor een onafhankelijke opstelling maar hebben expliciet verklaard bereidwillig te zijn om op verzoek van de gemeente, en op korte termijn, hun visie weer te geven.

Doelstellingen VOCM

• Het namens de officiële Coffeeshophouders (vergunninghouders) behartigen van belangen binnen het raam en de reikwijdte van de zgn. AHOJG richtlijnen
• Het voeren en nastreven van overleg met overheidsinstanties (Gemeente), diverse maatschappelijke organisaties op het gebied van volksgezondheid, zorg en Justitie (Mondriaan, GGD, Politie), wijkraden, buurtraden, ouderorganisaties etc.
• Het geven van voorlichting aan belangstellenden en belanghebbenden m.b.t. sofdrugsgebruik en softdrugsbeleid (politieke partijen, ouders, leraren, buitenlandse delegaties etc.)
• Het inzichtelijk en transparant maken van het softdrugsbeleid op lokaal alsmede landelijk niveau
• Het nastreven en naleven van afspraken gericht op het beperken en terugdringen van overlast.
• Het nastreven van een pro-actieve houding ten aanzien van lokaal beleid.
Bijvoorbeeld overdraagbaarheid vergunning bij overlijden exploitant.
• Het leveren van inspanningen die een positieve bijdrage leveren aan het veiligheidsgevoel binnen de woonomgeving.
De VOCM neemt deel aan structureel overleg en zet eigen middelen in om aan de AHOJG richtlijnen invulling te geven:
• Het voeren van regelmatig overleg met maatschappelijke organisaties en lokale overheid. Hoewel er in Maastricht formeel nog geen convenant is opgesteld en getekend, bestaat dit in principe wel. Immers de VOCM, GGD, Mondriaan, gemeente en politie hebben regelmatig overleg over het te voeren beleid en de daarbij behorende preventie.
• Het voeren van regelmatig overleg met wijk- en buurtraden.
• Het opstellen, drukken en uitgeven van folders in vier talen met informatieve en preventieve teksten voor bezoekers.
• Het opstellen en zoveel mogelijk handhaven van gedragsregels (waarden en normen) voor bezoekers en met name buitenlandse bezoekers. Hierbij wordt worden gewezen op in Nederland geldende waarden en normen.
• Het scheppen van overlastbeperkende randvoorwaarden.
• Het in samenwerking met Mondriaan, GGD en politie organiseren van cursussen voor beheerders en medewerkers van de coffeeshops.
Objectieve bemiddeling door neutrale intermediair, zelf geen belanghebbende d.w.z. niet werkzaam in de cannabisbranche, dit werkt makkelijker bij bijvoorbeeld buurtraden die liever niet meteen met een coffeeshopeigenaar om de tafel willen zitten maar eerst met een neutraal iemand in contact willen komen.

Gevraagd naar hun ervaringen met het roken van een joint antwoordt menig bestuurder in navolging van een Amerikaanse president dat zij of hij wél heeft gerookt, maar zeker niet geïnhaleerd. Dit krampachtige antwoord op een normale vraag toont weer eens aan dat het cannabisproduct niet de waardering krijgt die het verdient.
En dat terwijl de plant de mens al duizenden jaren dient als medicijn en genotsmiddel. Het oudste cannabispijpje dat bekend is stamt uit de tijd van de Mesopotamiërs.
De medicinale werking van de plant zou niet bewezen zijn ?
Vraag het dan maar eens aan de patiënten die aan slapeloosheid, staar, M.S. of zelfs kanker lijden. Velen van hun vinden baat bij de wietplant.

Hoe komt het dan dat de plant nog steeds in een schemerig daglicht staat ?
Een van de redenen is onder andere dat de farmaceutische industrie aan slaap- en kalmeringsmiddelen enorme sommen geld verdient, en zij dus niet gebaat zijn bij de algehele acceptatie van een veel onschuldiger en goedkoper huismiddel.

Verder staat in de meeste landen ter wereld cannabisgebruik nog steeds gelijk aan harddrugsgebruik, hetgeen een algemene acceptatie en een aparte regelgeving zeker in de weg staat.
Desondanks is cannabis na tabak en alcohol het meest ingeburgerde genotsmiddel. Inmiddels alleen al in Europa door 40 miljoen (!!) mensen gebruikt.

Ter vergelijking: alcohol is door 88,7 % van de bevolking ooit gebruikt, waarvan 14 % weer gestopt is met gebruik.
Cannabis is door maar 17 % van de bevolking gebruikt, waarvan 83 % weer is gestopt (Dr. Dirk Korf Bonger Instituut 25 mei 2004 “optrekkende rookwolken”).

Maar als we kijken naar de problematiek van alcohol zien we dat er vrij laconiek wordt opgetreden tegen uitwassen.
In Nederland hebben we 9.700.0000 alcoholgebruikers waarvan 1.300.000 probleemdrinkers.
Bij cannabis daarentegen praten we over zo’n 3.200 solo-cannabis probleemgebruikers op een totaal aantal gebruikers van 420.000 waarbij de klachten meestal neerkomen op geestelijke afhankelijkheid (NDM – Trimbos april 2006).

Een economisch onderzoek dat verricht is door de Wetenschapswinkel van de Universiteit van Maastricht toont o.a. aan dat coffeeshops een stevige economische inbreng in de regio hebben en werkgelegenheid bieden aan 326 full time banen voor mensen die over het algemeen laag opgeleid zijn.
Daarnaast toont intern onderzoek uit 2005 aan dat 60 % van de coffeeshoptoeristen óók komen voor andere zaken die Maastricht biedt, zoals restaurants, cafés, winkelen, cultuur etc. De jaarlijkse besteding van niet-Maastrichtse cannabisconsumenten buiten de coffeeshops bedraagt in Maastricht ongeveer € 15.000.000,-. Er gaat dus een duidelijke positieve economische invloed uit van de aanwezigheid van de gedoogde coffeeshops.

In 1976 heeft de Opiumwetgever het gebruik van cannabis gedecriminaliseerd. Het opzettelijk aanwezig hebben en zelfs afleveren van niet meer dan 30 gram is een simpele overtreding en geen misdrijf. Nederland voert een gedoogbeleid, waardoor cannabis onder zeer strikte voorwaarden vanuit coffeeshops mogen worden verkocht.
In het belang van de volksgezondheid is een gedoogbeleid ingevoerd om de drugsmarkten te scheiden. Dit gedoogbeleid is succesvol gebleken. Cannabisconsumenten komen in gedoogde coffeeshops niet in aanraking met harddrugs.

De VOCM is ook vandaag de dag nog steeds van mening dat cannabisbeleid gebaseerd moet zijn op twee belangrijke pijlers:

 Bescherming van de cannabisconsument in het belang van de volksgezondheid.

 Voorkomen / beperken van overlast tengevolge van gebruik van, en handel in cannabis.